Feeds:
Berichten
Reacties

This portrait has been published at www.30to30.com, a website of four Dutch creatives collecting, mapping and sharing stories of people of the same age from around the world. What are the life-changing dilemmas people face in their 20’s and 30’s? This is my contribution.

Alymkan Sydykbekova

“I am now 25 years old. Before getting thirty, I hope to have a good job, to have my own house and to be independent. I cannot wait to be thirty-five, because by then it will be clear whether I will reach my goals or not.

The world through European eyes

I was raised in a liberal-muslim family. My father was a physic, my mother a weather forecaster. They are not in this world any more. I have three sisters and a brother. Our house was always full of guests who came with or without invitation and reason. I was always surrounded by family members and friends. Privacy just didn’t exist.

In the Kyrgyz capital, Bishkek, I worked in a guest house. Communication with clients from mainly Europe changed my world view. I started to understand and respect ‘strange’ things better. And I noticed that I like to meet new people. To discover new places by travelling. I understood that the Kyrgyz way of social life doesn’t fit me, because it limits my personal growth.

Try my luck in Dubai

In Bishkek it was difficult to find a suitable job. In Kyrgyzstan, it is impossible to find a job in a dynamic company with good career perspective if you don’t have what we call a roof: relations that provide you with a position and protect you. My dream was to see other countries, especially developed capitalist cities and to receive international work experience in a multinational company. These tourists, some of who became friends, argued that I have good qualities to grow professionally abroad and that my personal life could wait until the age of thirty. And I decided to try my luck and moved to Dubai, United Arabic Emirates.

Life in a big city gives you the opportunity to be on your own and to find the badly needed balance with you inner self. It changes you as a person. In Abu Dhabi life is work. In the hotel I worked nine hours in a row as a squirrel in a wheel, I endured pressure from the management as well as from clients. Even at home, it was impossible not to think about the hotel. I had no time to socialize, was stressed because of the novelty of the job and the feeling that I was not in my own country. Still, I am concerned about the fact that I am an immigrant. I came to this developed capitalist city from a underdeveloped outpost in the former Soviet Union. There couldn’t be a bigger difference with my life there.

Old for marriage

In Kyrgyzstan ladies traditionally get married with the permission of both families at the age of 18 to 24 years, so I am considered old for marriage. At the moment, I am not in a relationship. I wish to stay single until I meet an initiative, passionate man that can be of any nationality. Since I am an independent person, I will make decision on my future spouse by myself, but I would listen to the opinion of my uncle and friends. This is just the way people change while living in a big city.

If I would marry a Kyrgyz man, he should have a modern view of life. If I would marry a foreigner, like many Kyrgyz ladies nowadays do, my family would react approvingly. Only some elder family members would grumble why Kyrgyz men aren’t good enough for me. I would like to marry an European man, because our children will be mixed Asian-European. Half-blood children seem to be smarter and more beautiful. If I would marry a foreigner, I would like to live in the United Kingdom or in Swiss, these are my favorite European countries.

What I expect for the future? Next five years, I expect to be working in the United Arabic Emirates, and in ten years time… who knows what I’ll be doing?”

Note:

The Minister of Foreign Affaires of Kyrgyzstan claimed recently, that an estimated 60% of State Budget of Kyrgyzstan comes from remittances sent by migrants. Approximately 15% of the Kyrgyzstani youth is unemployed.

De inburgering is in transitie. Na de Wet Inburgering Nieuwkomers[1], die per 1 januari 2007 vervangen werd door de Wet Inburgering, treedt op 1 januari 2013 het nieuwe inburgeringsstelsel in werking dat nog in de maak is. Nieuwkomers krijgen dan geen inburgeringsaanbod meer van de gemeente en moeten zelf invulling geven aan hun inburgeringstraject. Bovendien moeten zij hun eigen inburgering financieren. Specifiek inburgeringsbeleid gefaciliteerd door het Rijk verdwijnt. Hierdoor dreigt opgebouwde expertise te verdwijnen en bestaat het gevaar dat velen buiten de maatschappij komen te staan.

Naar aanleiding van de nieuwe ontwikkelingen vond op 19 april jl. in Rotterdam een landelijke bijeenkomst inburgering plaats voor grote gemeenten. De dag was informatief bedoeld, gemeenteambtenaren zouden er kennis kunnen uitwisselen en geïnspireerd kunnen raken. Als docent Nederlands als Tweede Taal (NT2) / inburgering vind ik de ontwikkelingen zorgwekkend.

Onderzoek – en de praktijk

Het afgelopen jaar is veel geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van de inburgering. In opdracht van het ministerie van VROM / voor Wonen, Wijken en Integratie werden op zichzelf zeer nuttige onderzoeken uitgevoerd, zoals over de koppeling tussen inburgering en de hulpverleningsketen[2]; het houden van een geïntegreerde intake[3]; over de effecten van inburgering op participatie[4] en over het project Taalcoach[5]. Proeftuinen inburgering zochten uit op welke manier succesfactoren het onderwijs en de prestaties van de cursisten positief beïnvloeden. De implementatiespoordagen die tot voor kort in dit kader georganiseerd werden, waren vrij toegankelijk voor docenten die meer willen weten over zelfverantwoordelijk leren of het leveren van maatwerk in de inburgering.

Veel commerciële aanbieders van inburgeringstrajecten passen de verworven inzichten echter nog niet toe of wekken slechts de schijn om een nieuwe gunning te krijgen. Inburgeren in de praktijk, persoonlijk verslag van een docent (Durf Uitgeverij, november 2010) doet een boekje open over de misstanden in de inburgering. De docent in kwestie publiceerde onder het pseudoniem Roos Friesland. Zij levert in haar boek vanuit de uitvoeringspraktijk kritiek op de vrije marktwerking in de inburgering. De hierdoor ontketende concurrentiestrijd heeft ertoe geleid dat particuliere taalaanbieders zo goedkoop mogelijk trajecten aanbieden, betoogt ze. In slechte onderkomens, met behulp van gebrekkig materiaal, en in slechte rechtspositie geven docenten les aan heterogene groepen. Ze signaleert problemen met ongemotiveerde cursisten en uit haar frustratie. Onmacht klinkt door in haar litanie, hoewel ze positief probeert te blijven. Overigens richt ze zich niet langer op de inburgering, maar geeft ze nu met plezier les aan staatsexamengroepen. Helaas mis ik in haar boek aanbevelingen die aansluiten op de hervormingen van het stelsel die wel degelijk gaande zijn. Dat zij zich hiervan ten tijde van het schrijven van haar boek niet bewust was, moge een illustratie zijn van wat ik beweer: dat veel commerciële organisaties de verworven inzichten niet in de praktijk laten toepassen.

‘Het inburgeringsprogramma draagt bij aan de versterking van de zelfredzaamheid van de deelnemers en kan een belangrijke rol vervullen in de verdere participatie van migranten in de Nederlandse samenleving,’ schrijft de directeur Inburgering en Integratie namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 17 maart 2011. Toch stelt het Rijk vanaf 2014 geen inburgeringsmiddelen meer ter beschikking. Er zit ontwikkeling in de inburgering, maar het toekomstperspectief is somber als de uitvoering zonder inhoudelijke controle aan de vrije markt wordt overgelaten. Des te kwalijker is het, als de overheid aan de gedane inspanningen geen vervolg geeft. Gemeenten luiden de noodklok en waarschuwen dat de samenleving de rekening van de bezuinigingen nog gepresenteerd zal krijgen.

Met de voeten in de klei

Ik werk sinds drie jaar als docent NT2 / inburgering in de regio Arnhem/Nijmegen. Mijn andere beroep, antropoloog, kleurt mijn visie op het vak. Begin jaren negentig van de vorige eeuw nam ik in het kader van mijn studie deel aan een werkgroep ‘Etnische minderheden in Nederland’, naar het gelijknamige boek onder redactie van Prof. Dr. Han Entzinger, een van de grondleggers van de verplichte inburgering. Ook las ik toen een casestudy uit het begin van de jaren tachtig, gebaseerd op veldwerk in Utrecht onder leiding van onder anderen Prof. Dr. Frank Bovenkerk. ‘Vreemd volk, gemengde gevoelens’ heet het boek en het beschrijft de wrijvingen binnen de wat toen multiraciale samenleving werd genoemd.

In die tijd realiseerde de Nederlandse overheid zich pas dat de gastarbeiders die in de jaren zestig en zeventig waren gekomen, niet zouden terugkeren. De gezinshereniging was op gang gekomen. Angst voor interetnische spanningen, rechtvaardigheidsoverwegingen en sociaaleconomisch eigenbelang bepaalden sindsdien het allochtonenbeleid. Totdat aandacht voor de emancipatie van migranten tot een linkse hobby werd bestempeld: het pamperen van allochtonen moest maar eens afgelopen zijn.

Decennialang hebben autochtone Nederlanders geleefd met de illusie dat allochtonen wel zouden assimileren. Dat ze zich onze cultuur met normen en waarden eigen zouden maken omdat zij vroeg of laat de superioriteit ervan in zouden gaan zien. ‘Het is kennelijk een hele klap voor veel Nederlanders dat allochtonen hierheen kwamen om zich te ontplooien, niet om te worden zoals wij,’ schrijft Joris Luyendijk in het opiniestuk Nederland Gidsland, hoe provinciaal kun je zijn? De conclusie van de politiek bij monde van Vicepremier Maxime Verhagen (CDA): ‘De multiculturele samenleving is mislukt’.

Ik geloof niet in pamperen. Maar als antropoloog ‘met de voeten in de klei’ ervaar ik dagelijks hoe belangrijk het holistische perspectief is. De doelgroep waarmee ik werk, allochtone vrouwen van de eerste generatie, verkeert in een achterstandspositie en dreigt in een isolement te raken. Het gaat om allochtone vrouwen die vanwege hun sociaaleconomische situatie in combinatie met psychosociale en gezondheidsproblemen moeilijk mee kunnen doen in de samenleving. Velen van hen zijn al tien, twintig, dertig jaar in Nederland. Het zijn oudkomers die hun kinderen hebben opgevoed en weinig buitenshuis kwamen. In eigen land hebben de meesten geen onderwijs genoten; ze zijn hier gealfabetiseerd.

Participatietraject Inburgering

De vrouwen die stagneerden tijdens het alfabetiseringstraject zullen zeker niet slagen voor de reguliere inburgeringsexamens, die veel te moeilijk voor hen zijn. De gemeente zag dat in en maakte gebruik van haar beleidsvrijheid om deze groep een alternatief inburgeringsprogramma aan te laten bieden. De organisatie waar ik voor werk, IVC Nijmegen, verzorgt dit Participatietraject Inburgering, waarin veel aandacht is voor functioneel leren, vrijwilligerswerk of een andere vorm van participatie en opvoedingsondersteuning door middel van een combinatie van informatieverstrekking en discussie. Ook onderwerpen die in andere culturen in de taboesfeer blijven, zoals homoseksualiteit, maken we bespreekbaar.

Bij dit traject hanteren we, zoals ook bij onze sociale activeringstrajecten, vanaf de intake een integrale aanpak. De trajectbegeleider speelt hierin een belangrijke procesondersteunende rol. Zijn er belemmeringen die cursisten niet zelfstandig kunnen wegnemen, dan kunnen ze terecht bij het zorgteam, bestaande uit maatschappelijk werksters, een verpleegkundige en een huisarts. De docent kan vaak niet meer doen dan een signaal afgeven en rekening houden met de situatie van de cursist. Roos Friesland merkt in dit kader terecht op dat je als docent (meestal) geen psycholoog of maatschappelijk werker bent. Onze professionals verwijzen de cursisten zo nodig door en bemiddelen naar hulpverlenende instanties die voor de doelgroep nog altijd onbekend of moeilijk toegankelijk zijn. Deze aanpak helpt uitval door problemen in de privésfeer te voorkomen. Mijn indruk is dat we door in te spelen op de noden en behoeften van de cursisten veel minder problemen met ongemotiveerde cursisten ondervinden dan die Roos Friesland in haar boek beschrijft. Dit is mogelijk zonder concessies te doen aan de stof die we aanbieden.

Integratie moet van twee kanten komen

De integratie van allochtonen verloopt niet naar wens en veel aan migratie gerelateerde problemen blijven onopgelost. Nog in het Jaarrapport Integratie van 2010 is te lezen: ‘Integratie is een veelomvattend en langdurig proces.’ Zeker, de vorderingen gaan met kleine stapjes. Maar dat dit generaties duurt, is een dooddoener die lijkt te suggereren dat de tijd het probleem oplost. Ik durf het tegendeel te beweren. Mensen zullen zich van de maatschappij afkeren als zij geen kansen krijgen om er als volwaardige burgers aan deel te nemen en dit geldt net zo goed voor de tweede-, derde-, en volgendegeneratieallochtonen als voor de eerste generatie. Integratie blijft een noodzakelijke investering voor de hele Nederlandse samenleving. Integratie van beide zijden welteverstaan: door allochtonen en door autochtonen.

In een open brief aan de Volkskrant van 10 januari 2011 schrijven Turks-Nederlandse professionals verontrust dat Turks-Nederlandse jongeren in een isolement dreigen te raken. Hun binding met Nederland neemt af: zij voelen zich hier niet meer welkom, buitengesloten, tweederangsburgers. Velen van hen zijn werkloos en voelen zich gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Ze hebben een gebrek aan zelfvertrouwen, zien te weinig rolmodellen, terwijl het sociale vangnet van zelforganisaties verzwakt is. Moskeeën vullen de leemte, schrijven de professionals, de invloed van Turkse imams uit het land van herkomst is groot.

‘Ik wil Sinterklaas niet’ (citaat uit Inburgeren in de Praktijk)

Respect voor elkaars cultuur zou centraal moeten staan in het integratieproces. Ten onrechte werd de rol van cultuurverschillen decennialang onderschat. Terwijl voorstanders van de multiculturele samenleving de kwaliteiten van de Ander ophemelden (die exotische muziek, een rijke keukentraditie en niet te vergeten de ongekende gastvrijheid), haalden zij de eigen cultuur neer. Wat was eigenlijk onze eigen cultuur? Autochtoon Nederland raakte in een identiteitscrisis. Nog steeds kom ik in veel lesmaterialen gierigheid en benepenheid tegen als belangrijkste eigenschappen van De Nederlander. Ik begrijp de verontwaardiging van Roos Friesland hierover. Hoe kun je verwachten dat iemand je respecteert als je geen zelfrespect toont?

Anderzijds zie ik dat cultuurverschillen onvoldoende overbrugd worden. Het verbaast mij geenszins dat volwassen mannen dwars worden als ze Sinterklaasliedjes moeten zingen in de NT2 les. Leren uit lesmaterialen bestemd voor kinderen zou vrije keuze van een NT2 cursist moeten zijn, geen verplichte kost. Een volwassene verdient het als volwassene benaderd te worden, ook al lijken kinderboeken vanwege het eenvoudiger taalgebruik een goed middel. Ik ben ervan overtuigd dat de botsing tussen onze feminiene cultuur en die van de herkomstlanden een belangrijke oorzaak is van de onwil bij mannelijke cursisten om te leren. Mannelijke cursisten in het inburgeringsonderwijs zouden gebaat zijn bij mannelijke docenten, zoals islamitische vrouwen met een traditionele thuisbasis nog steeds beter gedijen in een beschermde leeromgeving waarin zowel medecursisten als docenten vrouw zijn. Ik zie dit niet als definitieve oplossing, maar als een noodzakelijke tussenfase voor een bepaalde doelgroep. Helaas wordt dit standpunt niet gedeeld door de overheid, die faliekant tegen gescheiden inburgering is.

Aandacht voor talent

Veelgehoorde kritiek op het huidige inburgeringstraject is dat de nadruk op het scoren van bewijsformulieren voor het portfolio en het behalen van de complexe examens ten koste gaat van de taal. Vooral oudkomers, dat wil zeggen mensen die voor 1 januari 2007 naar Nederland zijn gekomen, vinden de lessen niet nuttig en vaak betuttelend. Cursisten voelen zich niet gehoord in hun leerwensen en vinden dat hun capaciteiten onvoldoende erkenning krijgen. Ik geloof in de aanpak FC-Sprint2, die Jan Deutekom op het Friesland College ontwikkelde. Cursisten moeten worden uitgedaagd door hun vertrouwen en verantwoordelijkheid te geven, hen de noodzaak tot leren te laten voelen, hen fouten te laten maken.

Succesvolle leerwerkplaatsen bewijzen dat het NT2 onderwijs veel effectiever en bevredigender vormgegeven kan worden. De vrouwen die bij Wereldvrouwen werken, bijvoorbeeld, doen werkervaring in de catering of het naaiatelier op, leren functionele taal en verbeteren hun communicatieve vaardigheden in de praktijk. Het doel is doorstromen naar een beroepsopleiding en een betaalde baan. Zo kunnen ook zij hun talenten ontplooien en volwaardig meedraaien in de samenleving. Het Ministerie van OC&W nam Wereldvrouwen op als good practice voorbeeld in hun eindevaluatie subsidieregeling Emancipatie.

De overheid geeft de voorkeur aan duaal leren, waarbij taal en participatie tegelijkertijd en in samenhang plaatsvinden. Van april t/m oktober 2010 stimuleerde zij dit door middel van een tijdelijke regeling Inburgering op de Werkvloer. Een werkgever kon subsidie ontvangen in ruil voor ondersteunende activiteiten ten behoeve van de inburgering van werknemers. B&A consulting BV concludeerde in een verslag over de effecten van inburgering op participatie dat investeren in de inburgering en aanvullend taalonderwijs loont.

Burgers voor burgers

In de periode 2008 tot en met dit jaar financiert het Rijk het project Taalcoach. De middelen zijn bedoeld voor de werving, training en begeleiding van vrijwillige taalcoaches die het leerproces ondersteunen door een-op-een met inburgeraars de taal te oefenen. Uit een onlangs gepubliceerd onderzoeksrapport blijkt dat alle betrokken partijen positief oordelen over de opbrengsten van het project, hoewel het voorgenomen aantal matches niet gehaald is – en mogelijk niet behaald zal worden, gezien de gestelde einddatum van het project.

Inburgeraars verbeteren niet alleen hun taal in contact met de coaches, maar krijgen vaak ook meer zelfvertrouwen en worden beter zelfredzaam. Voor taalcoaches – die lang niet altijd eerder betrokken waren bij activiteiten rondom inburgering, migranten of vluchtelingen – is het een laagdrempelige mogelijkheid om kennis te maken met andere culturen. Vaak krijgen de vrijwilligers meer begrip voor de vaak moeilijke situatie van anderstaligen. Het project past goed in het lokale integratie- en participatiebeleid en voorziet in een behoefte. Het waarderingsonderzoek Project Taalcoaches stelt geheel in lijn met het regeringsbeleid dat de verantwoordelijkheid voor een succesvolle inburgering vooral bij de inburgeraar zelf ligt. ‘Tegelijkertijd is betrokkenheid van de ontvangende samenleving onontbeerlijk voor succesvolle integratie.’

Vanaf 2012 zullen de gemeenten die het lokale project willen voortzetten dit uit eigen middelen moeten financieren. Of gemeenten het benodigde budget voor het project Taalcoach kunnen reserveren, betwijfel ik ten zeerste, gezien de aangekondigde bezuinigingen waarvoor zij zich gesteld zien (voor de gemeente Nijmegen 15 miljoen euro). Toch blijft beperkte investering ten behoeve van coördinatie en begeleiding van taalcoaches nog steeds gewenst. Het zou zonde zijn als de opgebouwde expertise niet verder wordt benut.

Wijkgerichte inburgering

Dit jaar eindigt het in 2009 ingezette innovatietraject wijkgerichte inburgering, een experiment waarbij maatschappelijke participatie op wijkniveau het uitgangspunt is. De lessen die hieruit getrokken worden, moeten hun plek vinden in het nieuwe inburgeringsstelsel. Er lijkt me niets mis met mensen stimuleren hun zelfoplossend vermogen aan te spreken, om zo mogelijk samen met anderen (zonder de overheid) oplossingen voor problemen te bedenken. Uitgaan van de kracht van de burger, zijn of haar netwerk, de straat en de wijk. Zolang er landelijk kennis uitgewisseld en toegepast wordt over ervaringen uit de praktijk, zie ik zeker voordelen in een wijkgerichte aanpak waarin welzijnsorganisaties en taalaanbieders nauwer samenwerken om zo doublures te voorkomen. Maar ik maak me zorgen over het verlies van specifieke expertise op het gebied van emancipatie en integratie dat het nieuwe beleid met zich mee dreigt te brengen.

Ook vrees ik dat van het afbouwen van het inburgeringsbudget uitgerekend de meest kwetsbaren de dupe worden. Zij die nog niet financieel zelfredzaam zijn, hebben de ondersteuning van een traject hard nodig om zelfvoorzienend te worden, maar zij zullen niet in staat zijn het traject te betalen. Terwijl beheersing van het Nederlands een voorwaarde wordt voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering, of je nu in staat bent om de taal te leren of niet. ‘Meedoen,’ was het motto van het Deltaplan Inburgering. Ik vind het onaanvaardbaar dat grote groepen mensen zullen worden uitgesloten van deelname aan de maatschappij.

Ik hoop dat de bijeenkomst van afgelopen dinsdag voor gemeenteambtenaren een stap in de goede richting zal blijken te zijn. Omwille van de investeringen en de opgebouwde expertise, maar vooral omwille van de toekomst van alle vrouwen en mannen die mee willen doen in Nederland. Ook als dat niet in hun eigen vermogen ligt.

Naschrift: een persbericht d.d. 17 juni 2011 vermeldt dat de ministerraad ermee heeft ingestemd het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Inburgering voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer, maar lees hier alvast over de nieuwe bepalingen in het wetsvoorstel.

Dit artikel verscheen op 30 april 2011 ook in Republiek Alloctonië.


[1] inwerkingtreding 30 september 1998

[2] Regioplan, eindrapport oktober 2010

[3] Radar Advies, drie voorbeelden, maart 2010

[4] b&a Groep, verslag van vier kwalitatieve casestudies, 18 augustus 2010

[5] Regioplan, waarderingsonderzoek, april 2011

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Following the news on Kyrgyzstan mainly via internet, my boyfriend Jelle Fekkes and I are concerned about the developments in this Central Asian country. Charmed by the campaign “I want peace in Kyrgyzstan”, we started thinking of spreading the action. The campaign team liked the idea and Jelle adapted the material the Kyrgyzstani made to an English variation.

On the photo’s with the result, you see us and (with glasses) Fedde Jorritsma, who is working with Women in Europe for a Common Future. He will be our Dutch ambassador of peace in Kyrgyzstan.

Also worried about the situation in Kyrgyzstan?
Want to do something, be it morally supporting a great youth initiative for reconciliation?
Make your own “Peace in #Kyrgyzstan” T-shirt!

A short explanation:
Preferably use blue(ish) shirts, they symbolise the sky – and peace! As does the dove, which looks best on the front side of the shirt. Download T-shirt front side
Hashtag (#) peaceKG is meant for the back side. It refers to Twitter. Download T-shirt back side

If this doesn’t work, click here to download the images from Picasa.

Full color mat latex background.
Original format: 40×20 cm.
It is possible to scale down to 95%, 70%, 63%, depending on the size of your shirt.
So you can even use children’s shirts if you like, that will be 50%.

Once you have your own T-shirt and wear it, please take pictures and post them on the internet:

Facebook: I Want Peace in Kyrgyzstan
Twitter hashtag: #peaceKG

Pass it on!
Can’t wait to see you, your friends, family, Obama, Medvedev and Otunbayeva in this T-shirt!

Just before the 22th June “Media in conflict” debate (Amsterdam, De Balie) on the background of the violent clashes in the South of Kyrgyzstan, I wrote my previous weblog. In my humble opinion this Hivos and Press Now organized evening was very much needed. I had been twittering complaints about the lack of nuance in the media covering the conflict. They took ethnicity as the conclusion in stead of the starting point of an explanation. After some time, this essentialism was reduced and more attention was being paid to other aspects of the conflict. International journalists left the country soon afterwards, but researchers, peacemakers and policymakers are still trying to find out the roots of this complex multidimensional conflict.

Miroslav Jenca, the United Nations special representative to Kyrgyzstan, said “that lasting stability, if it comes, will depend on the government conducting a plausible investigation into the ethnic violence and seeking to reconcile the two ethnic communities in the south”. However, Human Rights Watch stated that serious problems with the objectivity and the methods of the national investigation also underscore the need for a prompt establishment of an independent international commission of inquiry into the June violence.
On July 6, 2010, the Kyrgyz government set in motion the establishment of the commission with a request to an official of the Parliamentary Assembly of the Organization for Security and Co-operation in Europe (OSCE) to “coordinate the preparation process” for an independent international commission of inquiry into the violence.

Saber Azam, the UNHCR’s regional representative for Central Asia, noted that “while breaking trust can be done very quickly, re-establishing it can take a long time.” Human Rights Watch repeatedly called on the Kyrgyz authorities to take urgent steps to stop widespread torture and arbitrary detentions of Uzbeks. Today International Red Cross warned that the question of missing people has renewed tensions in southern Kyrgyzstan.
Guterres, the U.N. High Commissioner for Refugees, said there is still a major risk of violence erupting again and even spreading across the region. He called on the international community to help Kyrgyzstan “make peace and harmony between its communities,” adding that this would be the most difficult part of the relief effort. In my view, there will be no reconciliation without understanding of what happened and why. Likewise, trauma healing won’t be possible without recognition and acceptance.

Kyrgyzstan is still in shock of what happened, but not paralyzed. Contrary to large organizations, citizens have the possibility to take immediate action, as they did. In my previous weblog, I elaborated on some youth initiatives, published in the new media. I sympathize with those actions for a lot of reasons, but mostly because it is good to see that people take their lives in their own hands and show solidarity.
I mention the Youth of Osh campaign Let’s plant peace in Osh, which took place this week. Earlier, in Bishkek and Osh a public campaign started under the slogan “I want peace in Kyrgyzstan”. The objective is to spread the message of peace and harmony, and to promote a peaceful settlement of the conflict. The initiators and the driving force behind the campaign are active internet users and civic activists.

De rust leek weer te keren in Kyrgyzstan. Ik wilde in deze blog na al mijn verhit getwitter gewoon een positief stukje schrijven over de rol van jongeren bij vredesstichting in Kyrgyzstan, toen het opnieuw hommeles werd in Osj. Voor ik het wist, was ik in plaats daarvan donatieoproepen van hulporganisaties aan het retweeten.

Er moet natuurlijk een gedegen onafhankelijk onderzoek komen naar de toedracht van het conflict. Maar niemand die daarop zal wachten. Zoals zo vaak werden geruchten, speculaties en bangmakerij tot waarheid verheven bij gebrek aan betrouwbare informatie. In Kyrgyzstan droegen provocateurs via internet bij aan de opvlamming van het geweld in het zuiden. In de westerse media daarentegen verscheen de eerste dagen vooral vrijwel geen achtergrondinformatie over het conflict, deels waarschijnlijk vanwege onbekendheid met de situatie, deels mogelijk uit de voorzichtigheid die ter plaatse ontbrak. Het is voor een journalist in dergelijke omstandigheden niet gemakkelijk om het goed te doen. En een journalist die maar kort in het land verblijft, is in mijn ogen niet de aangewezen persoon om zo’n omvattend onderzoek uit te voeren als hierboven bedoeld.

Bij Kyrgyzische journalisten wekte de gebrekkige berichtgeving in de westerse media wrevel op, omdat het conflict erin werd gereduceerd tot ‘etnische onlusten’. Beeldvorming kan een land maken of breken. Tegelijkertijd kun je je afvragen of de berichtgeving vanuit Osj wel onpartijdig is, nu er voornamelijk plaatselijke journalisten werken die in hun familie- en vriendenkring slachtoffers hebben te betreuren. De Kyrgyzische kant is tot nu toe het meest aan het woord; aan de journalisten die nu het veld in gaan de taak om ook het Oezbeekse verhaal te achterhalen en in perspectief te plaatsen.

Zoals Dr. Bruno Naarden het zondag  op Radio 1 in het VPRO programma O.V.T. al verwoordde: ‘Je moet ter plekke aanwezig zijn en mensen kennen om inzicht te krijgen in de werkelijke situatie.’ Dat zal elke antropoloog beamen. Complimenten voor freelance journalist Olaf Koens, die in het heetst van de strijd naar Kyrgyzstan vertrok. Hij schreef er vijf verhalen over op zijn weblog en plaatste er vandaag foto’s bij. Petje af ook voor NOS correspondent Kysia Hekster, die na haar eerdere bezoek aan het land in april verder vanuit Moskou berichtte en daar sprak met arbeidsmigranten: een etnisch Kyrgyzische en een etnisch Oezbeekse vrouw. Zij vertrekt morgen opnieuw naar Kyrgyzstan.

De OVSE zag na waarneming van de frauduleus verlopen presidentsverkiezingen van 23 juli 2009 (die Bakiyev aan de macht hielden) toch een lichtpuntje in Kyrgyzstan: in het land was een civil society ontstaan. Mensen die over politiek jarenlang slechts hadden gesproken als iets smerigs waar je je niet mee moest bemoeien, gingen de straat op om te demonstreren. In 2005 kwam het zelfs tot de zogenaamde Tulpenrevolutie. Hoewel je je af moet vragen of deze nu door verlichte burgers tot stand kwam; mondig waren ze in ieder geval wel geworden. Via het internetforum Diesel volgden betrokken Bisjkekenaren de gangen van plunderaars en zetten burgerwachten in.

Een van mijn (oudere) Kyrgyzische kennissen merkte over de laatste machtswisseling in april op dat het hem, lopend over het Ala Too plein in Bisjkek, was opgevallen dat er zoveel jongeren bij betrokken waren. Ook op internet roeren ze zich. Dus alsnog mijn positieve geluid in deze donkere weken voorafgaand aan het voor zondag geplande referendum. Zonder de ernst van de situatie te durven onderschatten, wil ik met een paar voorbeelden een lichtpuntje tonen.

Sinds 2006 bloggen jongeren in Bisjkek bij Kloop Media over de gebeurtenissen in hun land. In tijden van crisis blijkt dat de ontwikkelingen via de website op de voet gevolgd kunnen worden door de feitelijke, onpartijdige verslagen van burgerjournalisten.

Op twitter werden drietalige (Kyrgyzisch, Oezbeeks en Russisch) pamfletten verspreid die in Osj op moesten roepen tot vrede:

Broeder

Wat doe je nou? Hou ermee op! Open je ogen! Hou nu op!

Wat er gebeurd is, draai je al niet meer terug!

Kyrgyzstan is ons huis! Ga niet in op provocaties! Geen paniek!

Wat je hoort, zijn geruchten! Wij zijn allemaal familie!

Denk erom dat er mensen zijn die jou willen gebruiken om hun eigen doelen te bereiken. Jij en je nakomelingen zullen daarmee leven!

God ziet alles. Moge God hen straffen die naar wapens grijpen, die arme mensen bedriegen en hun geld geven om interetnisch geweld uit te lokken en zo tweedracht te zaaien.

Maak niet eigenhandig van je land een Afghanistan!

Via een sms-naar-Osj actie waarschuwden jongeren hun kennissen in het zuiden voor groeperingen die Kyrgyzen en Oezbeken tegen elkaar op probeerden te zetten. Nu coördineren zij via internetfora humanitaire hulp aan het getroffen gebied en starten burgeractivisten en internetgebruikers in Bisjkek en Osj een publieke campagne met als slogan ‘Wij willen vrede in Kyrgzystan’. Doel is het bevorderen van harmonie tussen de bevolkingsgroepen en een vreedzame oplossing van de situatie. De Ambassade van de Verenigde Staten, National Democratic Institute en Danish Church Aid zijn de hoofdsponsors van de campagne.

De kaart van Kyrgyzstan wordt gevormd door de namen van alle bevolkingsgroepen.

Deze kaart van Kyrgyzstan bestaat uit de namen van de etnische groepen die in het land leven, met in het midden: ‘Wij zijn [allen] Kyrgyzstanen!’.

Het woord ‘Wij’ wordt gevormd uit de tekst: ‘Mijn land bestaat uit mensen van verschillende nationaliteiten. Allen willen we vrede. Niets onderscheidt ons. We zijn allemaal gelijk. We willen gelukkig en in voorspoed leven.’

Op de bordjes die deze mensen voorhouden, staat hun etnische afkomst. Zij vertellen waarom ze van Kyrgyzstan houden:

En roepen op tot ‘vrede tussen de volkeren’:

Bij het referendum van aanstaande zondag zullen geen waarnemers van OVSE aanwezig zijn: het wordt te gevaarlijk geacht. Bruno Naarden, professor in Oost-Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam concludeerde in het radio interview van afgelopen zondag cru: ‘Het is een land waar nog veel ellende zal blijven.’ Noem me een pathetische optimist, maar ik weiger te geloven dat dat waar is. Niet als idealistische jongeren zich met hart en ziel blijven inzetten voor een vreedzaam multi-etnisch Kyrgyzstan. Respect voor hen en mogen hun inspanningen niet vergeefs zijn.

En nu ga ik naar het Hivos / Press Now debat over het conflict en de media in Kirgizië, van 20.00 tot 21.30 in De Balie, Amsterdam. Ik hoop er velen met een groot hart voor Kyrgyzstan te treffen.

http://twitter.com/kikishka

In het stadhuis, ‘het huis voor alle inwoners van de stad’, worden de inburgeringscertificaten officieel uitgereikt. Op de trappen is met hardplasticen stoelen een tribune gebouwd. Uitzicht op de binnenstad door een glazen wand. De ruimte is groot voor de 23 ingeburgerden met hun bescheiden aanhang. Misschien dat daarom de muziek wat te hard staat tijdens het inloophalfuur. Er volgen toespraken van een allochtone casemanager inburgering en van een van oorsprong Bossche wethouder die zijn afkomst niet verhult. Hij zegt: ‘Maak gebruik van de mogelijkheden van je nieuwe woonomgeving, maar verloochen nooit waar je vandaan komt.’ Dat vind ik warm en wijs gezegd.

Na het uitreiken van de certificaten en een Bollywooddans door een Indiaas meisje worden we uitgenodigd voor een borrel bovenaan de trappen. ‘Rode wijn, Sarah?’ vraagt haar vriendin Didi, die zelf met een flesje Nederlands bier in de hand staat, na de ceremonie. Sarah kijkt me aan met een brede lach en bestelt dan een water. Ik weet wel dat ze van wijn houdt. Soms een beetje teveel. Maar ze wil niet drinken, hier in het stadhuis. Ze is op haar hoede.

‘Je kunt bijna niet stil blijven staan,’ knoopt de wethouder een praatje met lichtjes swingende Sarah aan. Of ze uit Suriname komt, ze spreekt zo goed Nederlands. Nee? Is ze dan misschien lang geleden met haar familie naar Nederland gekomen? ‘Zeven jaar ben ik hier. Maar ik heb geen familie,’ zegt Sarah en zij lacht ongemakkelijk. Belangstellend informeert de wethouder hoe het komt dat ze geen familie heeft, bedoelt ze soms niet in Nederland? Sarah wankelt een paar passen achteruit, draait weg van de wethouder. Zij wil daar niet over praten. ‘Het is al goed,’ zegt de wethouder, ‘ik vroeg het uit interesse, meer niet. Sorry.’ Sarah is op een nabije poefachtige bank neergeploft en huilt. Ik mompel bij wijze van verklaring nog iets van ‘traumatisch’ tegen de wethouder voordat ik bij Sarah ga zitten.

Tijdens de voorstelrondjes aan nieuwe cursisten was het elke keer een pijnlijk punt: iedereen vertelde over haar familie, maar Sarah heeft geen familie meer, ook niet in haar land van herkomst, Ghana. Ze heeft gelukkig wel vriendinnen. Ik moedigde haar aan over hen te vertellen. Ze noemde Didi haar zus en was – is – gek op haar dochtertje. Sarah wil graag werken met kinderen in een omgeving zonder mannen. Didi was in verwachting van haar tweede kind toen zij Sarah op kwam halen van school en ik kennis maakte met haar ‘familie’.

De baby van nu een half jaar oud gaat van Didi’s arm over op die van Sarah en terug als het Sarahs beurt is om haar certificaat in ontvangst te nemen. Beide meisjes zijn mee naar de ceremonie van hun tante. De oudste van drie steelt de show met haar staartjes die versierd met elastiekjes in de kleuren van de regenboog alle kanten van haar ronde hoofdje op staan. ‘Ze houdt van prinsessen,’ zegt Sarah, ‘haar hele kamer is vol met prinsessen’. ‘Jij lijkt zelf wel een prinsesje,’ zeg ik tegen het meisje, dat glundert.

Sarah heeft het spannend gevonden om naar deze openbare gelegenheid te komen. Niet vanwege de uitreiking van het certificaat op zichzelf, maar vanwege de angst dat ‘de dader’ (van mensensmokkel, vrouwenhandel) haar zou vinden, of ‘de prostitutie’. Ik schrik ervan dat haar geschiedenis haar gevoel voor bewegingsvrijheid nog zo beheerst. En dat op een dag waar ze zo naar toe geleefd heeft, een dag die juist bevestigt hoe sterk ze is en hoe goed ze zich ontwikkelt. Sarah wil vooral met de toekomst bezig zijn, niet teveel nadenken over hoe ze hier gekomen is. Maar dan zegt ze plotseling toch: ‘Als ik mijn Nederlandse paspoort heb, ga ik terug naar Ghana om mijn moeders graf te bezoeken.’ Niet vergeten waar je vandaan komt.

Het lucht haar zichtbaar op om te praten en lang treuren kan ze niet. Bijna iedereen heeft de receptieruimte al verlaten als we de trappen aflopen en Sarah onderaan de tribune begint te dansen. En blijft dansen totdat de muziek stopt.

Sarah nodigt me uit om met haar familie bij een fastfoodketen op het centraal station wat te eten. Daar komt in een waterflesje de rode wijn uit haar handtas. Ze giet ‘m bij haar Fanta en spoelt het laatste restje spanning ermee weg. De zon schijnt en Sarahs gezicht straalt. Vandaag is haar dag.

Mensen van het Boek

Toen ik net kon lezen, is Sinterklaas een keer bij ons thuis geweest. Ik probeerde mee te lezen in zijn Grote Boek, maar werd daar met zachte drang van weerhouden door mijn moeder, die in mijn oor fluisterde dat meelezen onbeleefd was. Ik kreeg toen mijn eerste eigen leesboek, Pluk van de Petteflet, waarschijnlijk glipte ik erin als de spreekwoordelijke wurm en vergat ik de rest van de wereld, Sinterklaas incluis. Mijn geloof in hem wankelde toch al danig.

Jaren later voelde mijn broertje zich bedrogen toen hem werd verteld dat Sinterklaas niet bestond. ‘Dan bestaat God vast ook niet,’ was zijn nuchtere conclusie. Mijn ouders lieten zich lang voor die tijd uit de registers van de kerk schrijven, maar wij lazen gebiologeerd de wonderlijke verhalen uit de Kinderbijbel. We dachten veel na over God. ‘Wat moet je doen als God aanbelt?’ vroegen we ons af. ‘Je kunt hem toch niet zien als je de deur open doet?’ In het aan- en uitgaan van de lantaarns zagen we de hand van een onzichtbare God, die waarschijnlijk ergens centraal op een knopje drukte.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2006 heeft 39% van de Nederlandse bevolking geen religie. Mijn oma liet als katholieke prullaria een paar amuletjes na met de tekst ‘Heilige Maagd, b.v.o. [bid voor ons, KV] en voor de arme heidenkinderen.’ In de veronderstelling dat dit op mij sloeg, heb ik er een als geuzenpenning meegenomen. Zo stoer ben ik nu niet meer.

Verdraagzaamheid

Ik leer mijn cursisten dat christenen 51% van de bevolking uitmaken en dat de islam de tweede religie is in Nederland. Omdat ik mezelf niet typisch Nederlands voel, vergeet ik vaak dat ik in de ogen van mijn cursisten behalve een bron van kennis over deze samenleving ook een cultuurdrager ben. Ze stellen me regelmatig persoonlijke vragen, die ik graag naar waarheid zou beantwoorden. Maar op de oprecht belangstellende vraag naar mijn religieuze denominatie van een jonge Afghaanse meid antwoord ik ontwijkend dat ‘mijn ouders katholiek waren’ en dat Nederlanders, net als moslims, vaak het geloof van hun ouders overnemen. Hoe een gebed klinkt bij katholieken en hoe ik mijn handen vouw als ik bid, vroeg ze terecht onverbiddelijk door. Het had een gehoor bij de immigratiedienst kunnen zijn. En ik kan het haar allemaal best vertellen, maar wat bezielt mij?

Ben ik voorzichtig, of gewoon laf? Ben ik nu werkelijk bang om hier in Nederland als kaffer (ongelovige) te worden vervolgd, zoals in haar land zou gebeuren? Dankzij mijn kennis van de culturen uit de landen van herkomst van mijn cursisten weet ik hoe gevaarlijk het daar kan zijn om ‘geen’ religie te hebben. ‘Mensen van het Boek,’ gaf een van de cursisten een verzamelnaam aan moslims, christenen en Joden. Ik zou weleens met ze naar het museumpark Orientalis willen gaan, dat een eigentijdse kijk biedt op de drie religies die bepalend zijn geweest voor de identiteit van het hedendaagse Europa: Jodendom, christendom en islam. Ik zou ze willen laten zien dat er een gemeenschappelijke oorsprong is, een gedeelde geschiedenis, verwante tradities, verhalen en rituelen. In de hoop op die manier vooroordelen over en angst voor andere religies weg te nemen.

Vrijheid van meningsuiting

Vrees ik het respect van mijn cursisten te verliezen als ik zeg dat ik mijzelf geen christen noem? Respect lijkt mij toch een voorwaarde om les te geven. Ach, er zijn excuses te over, maar draag ik de ‘Nederlandse’ waarde van verdraagzaamheid niet juist uit door te laten zien welke verschillen er zijn? En dat mensen niet slecht hoeven te zijn als ze geen (traditioneel) geloof aanhangen. Waag ik me liever niet aan filosofische discussies zolang het taalniveau van mijn cursisten daar nog niet toereikend voor is, of zou het een thema zijn dat meer voetangels heeft? Mijn Marokkaanse collega adviseerde mij de discussie over het geloof maar helemaal niet aan te gaan.

Sarah, een Ghanese vrouw van mijn leeftijd uit een andere groep, heeft het zo goed begrepen en zo wijs verwoord: ‘We moeten tolerant zijn. Mensen zijn verschillend en Nederland is een klein land.’ Dat was na een woordenschermutseling waarin een Marokkaanse haar Koerdische medecursiste verweet dat zij niet in overeenstemming met de Koran leefde en daarom geen goede moslima was. Haar alledaagse islam zou geen religie zijn, maar cultureel gebruik. Waarop ik geheel ondemocratisch besloot dat het onderwerp religie voorlopig taboe was in de les. Voorlopig wil zeggen: zolang wat een open gedachtenwisseling zou moeten zijn, ontaardt in veroordeling. Interessant vind ik het wel, want wat verstaan mijn cursisten nu precies onder cultuur en wat scharen ze onder religie?

Sinterklaas, de bisschop uit Myra (in het huidige Turkije)

Mijn cursisten uit prachtwijk Presikhaaf (Arnhem) hebben als oefening brieven aan Sinterklaas geschreven met een verlanglijstje van wensen voor zichzelf, voor Nederland en voor hun land van herkomst. Het zijn veelal vrouwen met kinderen, de meesten van hen werden ongeveer tien jaar geleden door zonen van gastarbeiders als ‘importbruid’ uit Turkije gehaald. Bij allen staat het behalen van het inburgeringsexamen als persoonlijke wens bovenaan, een verplicht nummer en een voorwaarde als ze willen naturaliseren. Ik help Sarah van harte hopen dat zij positief blijft denken. Een andere cursiste wil meer contact maken met de Nederlandse buren. Zich pijnlijk bewust van de spanningen van het huidige tijdsgewricht wensen mijn cursisten Nederland ‘vrijheid’ en ‘vriendelijk samenleven’. Voor hun land van herkomst vragen ze Sinterklaas vrede (Irak), een goede regering (Turkije) en een eigen staat (Irakese en Turkse Koerden). Een goedbedoelende vrijwilliger van de Stichting Sinterklaas schrijft hen terug dat Sinterklaas daar helaas niet voor kan zorgen.

Van zowel christenen als moslims krijg ik voorgedrukte kerstkaartjes in de hand gedrukt met de beste wensen voor mijzelf, mijn vrienden en mijn familie. Bij deze namens mijn cursisten.